'Kinderrechters noemen tekort jeugdzorgwerkers een gevaar voor kinderen'

06-08-2019

Kinderrechters luiden de noodklok over het tekort aan jeugdzorgwerkers, waardoor de wachtlijsten voor kinderen bij de jeugdbescherming groeien. De rechters hebben tientallen geanonimiseerde zaken openbaar gedeeld op rechtspraak.nl om te laten zien met wat voor problemen kinderen te maken krijgen, meldt RTL Nieuws dinsdag.

"Het tekort aan jeugdzorgwerkers is al maanden een groeiend probleem", zegt kinderrechter Susanne Tempel, werkzaam bij rechtbank Zeeland-West-Brabant, tegen RTL Nieuws. Tempel publiceerde elf uitspraken waar geen jeugdzorgwerker bij betrokken is. "Door ze online te zetten, willen we laten zien wat er zoal bij de gezinnen speelt en waarom het zo belangrijk is dat er een oplossing komt", aldus de kinderrechter.
Jeugdbescherming Brabant erkent het tekort aan zorgwerkers. Bestuurder René Meuwissen zegt tegen RTL Nieuws dat ze nieuwe mensen aan het werven zijn, maar dat dit niet goed lukt. Mede door de hoge werkdruk is de uitstroom van personeel groot.

Kinderombudsman luidde al eerder noodklok

Het probleem van tekorten in de jeugdzorg is niet nieuw. In maart luidde kinderombudsman Margrite Kalverboer ook al de noodklok. Ze meldde dat kwetsbare kinderen van de verschillende zorginstanties niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. "Er is geen plek voor kinderen die dringend psychische hulp nodig hebben, voogden wisselen elkaar in snel tempo af en kinderen zitten soms maandenlang thuis, omdat er geen passend onderwijs is", aldus de kinderombudsman. De nieuwe Jeugdwet is vier jaar geleden ingegaan. Toen werd de jeugdzorg bij de gemeenten ondergebracht om zo "versnippering" tegen te gaan. Volgens Kalverboer is dit doel echter nog niet bereikt en moet er een overkoepelende visie komen.

Meer behoefte aan onderzoek, advies en steun voor ervaringsdeskundigheid

02-07-2019

Eind juni is het nieuwe onderzoeksnetwerk van ervaringsdeskundigen in de ggz opgericht. Het User Research Centre (URC) is ontstaan vanuit de toenemende behoefte aan onderzoek voor, over en mét ervaringsdeskundigen.

In Nederland en internationaal is veel ervaring en kennis over inzet van ervaringsdeskundigen bij diverse zorgvragen in de ggz en daarbuiten. Deze kennis is echter versnipperd en nauwelijks vanuit ervaringsdeskundigenperspectief gericht onderzocht naar effectiviteit. Het URC is een nieuw onderzoeksnetwerk van en voor eindgebruikers van zorg en ondersteuning voor onder andere de ggz, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, welzijn en gehandicaptenzorg. Het URC is behalve een onderzoekscentrum een centraal adviescentrum en steunpunt voor eindgebruikers. De toekomstige onderzoeksresultaten uit dit nieuwe initiatief worden gebruikt om organisaties te adviseren bij hun hulpvraag en het werkveld te helpen verbeteren. Ook zet het URC zich in om producten en diensten te innoveren en ondersteuning te bieden bij implementatievraagstukken. Veelal ter bevordering van de inzet van ervaringsdeskundigheid in de ggz.

Onderzoek van URC door wetenschappers én ervaringsdeskundigen

De ambitie van het URC is om als netwerkorganisatie een sterke basis te leggen voor meer kennisontwikkeling en -uitwisseling, verdere talentontwikkeling, het aanjagen van nieuwe initiatieven en ontwikkelingen van ervaringskennis. Ervaringsdeskundige onderzoekers in het URC worden gesteund en begeleid door onderzoekers en wetenschappers met hun onderzoekskennis en -vaardigheden. Het URC betreft een consortium van diverse partijen: de Vereniging van Ervaringsdeskundigen (VvEd), het Trimbos-instituut, Kenniscentrum Phrenos, Universiteit Maastricht (MUCM), Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU+) en Lister vanuit de ggz. Mede dankzij diverse sponsoren en een verdere uitbreiding van het aantal consortiumpartners (in binnen- en buitenland) is de verwachting dat het URC zal groeien in aantal onderzoekers en activiteiten.

Meer informatie

Wilma Boevink (onderzoek) of Beverley Rose (algemene zaken)

Zelfhulp vermindert medisch onverklaarde lichamelijke klachten

01-07-2019

Zelfhulpbehandelingen verminderen de klachten van patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) en zorgen ervoor dat hun kwaliteit van leven verbetert. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Anne van Gils, arts in opleiding tot psychotherapeut in het UMCG.

Stigma op ​psychotherapie Patiënten met SOLK hebben lichamelijke klachten waar geen medische verklaring voor is. Eén van de weinige bewezen effectieve behandelingen voor patiënten met SOLK is psychotherapie. Toch maken lang niet alle patiënten hier gebruik van. Niet alleen omdat deze behandeling schaars is, maar ook vanwege het stigma dat er op rust. Van Gils: ‘Een veelgehoorde misvatting onder patiënten én zorgverleners is dat psychologische behandeling betekent dat de klachten ingebeeld zijn of tussen de oren zitten.’

Zelfhulp bewezen e​ffectief

Zelfhulp neemt deze drempel weg: patiënten hoeven niet naar een therapeut, maar kunnen met zelfhulpprogramma’s thuis aan de slag. Uit Van Gils’ onderzoek blijkt dat deze effectief zijn: de gevonden effectgroottes doen niet onder voor die van conventionele psychologische behandelingen voor SOLK. Daarom werd vanuit het UMCG Grip ontwikkeld: een online zelfhulp behandeling, die ook nog eens maatwerk biedt bij de verschillende problemen die kunnen optreden bij SOLK.

Online cursus voor zor​gverleners

Uit het onderzoek van Van Gils blijkt ook dat veel zorgverleners het lastig vinden om met patiënten met SOLK om te gaan. Zorgverleners die een online cursus volgden over SOLK, gaven allemaal aan dat hun kennis op dit terrein tekortschoot. ‘Daarom is het opleiden en trainen van zorgverleners een logische eerste stap om de zorg voor patiënten met SOLK te verbeteren’, stelt Van Gils. ‘Met een online cursus hebben we de kennis van allerlei experts op het gebied van SOLK gebundeld en leren we de zorgverleners te denken vanuit een patiëntgericht perspectief.’

Over SO​LK

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) zijn lichamelijke klachten, waar ondanks adequaat onderzoek geen (afdoende) medische verklaring voor is. SOLK komen veel voor en gaan gepaard met hoge kosten. Bij dertig tot vijftig procent van de mensen die bij de specialist in het ziekenhuis komen, blijven de lichamelijke klachten medisch onverklaard. De medische kosten worden geschat op ruim 3.000 euro per patiënt per jaar. Samen met kosten door werkverzuim bedragen de totale maatschappelijke kosten bijna 7.000 euro per patiënt per jaar. Uit eerder onderzoek van UMCG-onderzoeker Monica Joustra blijkt dat mensen met SOLK net zoveel beperkingen ervaren als mensen met lichamelijke klachten die wél medisch verklaard zijn. Anne van Gils promoveert op 3 juli aanstaande aan de Rijkuniversiteit Groningen met haar proefschrift “Developing e-health applications to promote a patient-centered approach to medically unexplained symptoms”.​

Onvoldoende hulp aan mensen met langdurige psychische problematiek

28-06-2019

Gemeenten geven vaak nog onvoldoende hulp aan mensen met langdurige, psychische problematiek. Dat stellen MIND en MIND Ypsilon in brieven aan de Tweede Kamer die deze week over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) vergadert.

Gemeenten zouden vaker een langdurige indicatie moeten geven voor beschermd wonen of begeleiding, zodat mensen niet telkens opnieuw beoordeeld hoeven worden. Daarnaast pleit MIND voor meer en betere cliëntondersteuning die toegespitst is op mensen met psychische problemen. Ook zou er meer aandacht en geld moeten komen voor ondersteuning op het gebied van zingeving en levensvragen. Per 2021 krijgt een kleine groep ggz-cliënten hulp uit de Wet Langdurige Zorg, maar het merendeel zal afhankelijk blijven van de Wmo die door gemeenten wordt uitgevoerd.

Cliëntondersteuning

MIND ziet een aantal belangrijke tekortkomingen in de cliëntondersteuning voor mensen met psychische problemen. De beschikbare cliëntondersteuning is vaak onvoldoende toegesneden op de doelgroep. Dat geldt zowel qua werkwijze (te weinig laagdrempelig en outreachend zodat mensen niet bereikt worden) als qua inhoud (onvoldoende kennis van en gevoel voor psychiatrische problematiek, te eenzijdig gericht op zorg en ondersteuning). Een andere tekortkoming is dat er vrijwel geen cliëntondersteuning is voor mensen die (langdurig) zorg vanuit de zorgverzekeringswet ontvangen. Een voorbeeld is het gebrek aan cliëntondersteuning voor mensen die na een klinische opname weer naar huis gaan. Ten slotte is er onvoldoende deskundige (cliënt)ondersteuning beschikbaar voor familie en naasten. Tegenover deze tekortkomingen staat een groeiende behoefte aan onafhankelijke cliëntondersteuning door ontwikkelingen als doordecentralisatie beschermd wonen, verdere ambulantisering, toegang Ggz tot de Wlz, de Wet Verplichte Ggz. Kan de minister aangeven of en zo ja, hoe cliënten en naasten in de Ggz zullen profiteren van de extra middelen voor cliëntondersteuning. Is de minister bereid om een apart bedrag voor cliëntondersteuning toe te voegen aan de Meerjarenagenda Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang?

Indicaties voor beschermd wonen en individuele begeleiding

In het advies ‘Beschermd thuis’ van de commissie Dannenberg is als voorwaarde gesteld dat gemeentenlangdurige zorg- en ondersteuningstrajecten realiseren voor mensen met ernstige psychiatrische problematiek. In de praktijk zien we bij gemeenten vaak een focus op kortdurende trajecten, terwijl deze cliënten juist gebaat zijn bij vertrouwde hulpverleners met wie ze een langdurige verbinding kunnen aangaan. Zeer recent heeft MIND een aantal signalen verzameld over de duur van indicaties die (centrum)gemeenten afgeven. De resultaten hiervan zijn ook gedeeld met het ministerie. Er blijken grote verschillen tussen gemeenten te bestaan. Zeer zorgelijk is dat een aantal gemeenten standaard indicaties afgeeft voor een korte termijn, bijvoorbeeld indicaties beschermd wonen voor een half jaar waar enkele jaren geleden indicaties voor twee of drie jaar gebruikelijk waren. Bij maatwerk zou men verwachten dat gemeenten veel meer variëren in de duur van indicaties en ook indicaties voor langere termijn afgeven. Het effect op cliënten met een langdurige hulpvraag is ontmoedigend. Zij moeten telkens opnieuw een indicatieprocedure doorlopen met alle spanningen die daarbij komen kijken. Bovendien zijn er grote risico’svan discontinuïteit van zorg. Wat is het oordeel van de minister over de uitvoering van de Wmo door gemeenten voor burgers met een zware, langdurige hulpvraag? Erkent hij dat een deel van de gemeenten hierin tekortschiet? Is de minister bereid om te monitoren welk beleid gemeenten voeren ten aanzien van de duur van indicaties voor beschermd wonen en individuele begeleiding? Is de minister bereid om op te treden tegen gemeenten die geen maatwerk leveren, maar standaard kortdurende indicaties afgeven?

Samenhang Wmo-Wlz

Met de toegang tot de Wlz voor de ggz-doelgroep ontstaan nieuwe scheidslijnen. Ongetwijfeld zullen er ook in de nieuwe situatie mensen zijn die tussen wal en schip dreigen te vallen. En tot 2021 is er een groep cliënten die geen passende zorg krijgt omdat ze nog geen toegang tot de Wlz heeft. Dit leidt tot schrijnende gevallen. MIND pleit in aanloop naar 2021 en daarna voor een structurele samenwerking tussen gemeenten en CIZ. Het is belangrijk dat zij hun indicatietrajecten op elkaar afstemmen. Mensen die niet in aanmerking komen voor de Wlz moeten automatisch kunnen rekenen op passende zorg vanuit de Wmo, en andersom. Daarnaast is MIND van mening dat er altijd zorgvormen nodig zijn die enerzijds langdurige bescherming bieden en anderzijds cliënten ondersteunen bij autonomie en participatie. Die zorgvormen lijken nu noch in het Wmo-profiel noch in het Wlz-profiel te passen. Wil de minister erop toezien dat CIZ en gemeenten hun indicatiestellingen zodanig afstemmen of combineren dat de cliënt in alle gevallen zeker kan zijn van een passende oplossing en dat eenduidig helder is wie daar verantwoordelijk voor is? Wil de minister onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor tussenvormen van zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en Wlz.

Geestelijke verzorging / levensbegeleiding

Het is goed dat de minister meer wil investeren in geestelijke verzorging en levensbegeleiding. Uit de beantwoording van schriftelijke Kamervragen blijkt dat de extra investering in eerste instantie alleen bedoeld is voor ouderen. Op termijn zouden ook andere doelgroepen daarvan kunnen profiteren. Wanneer precies en hoe wordt niet duidelijk. Onder mensen met (ernstige) psychische problemen bestaat een grote behoefte aan zingeving. In de reguliere zorg missen zij aandacht voor levensvraagstukken als het omgaan met rouw en verlies. Juist begeleiding en ondersteuning op dit punt helpt om het leven weer op te pakken. De inbreng van ervaringsdeskundigen die hebben leren omgaan met hun psychische beperking kan daarbij van grote betekenis zijn. MIND ziet het tekort aan aandacht voor zingevingsvraagstukken in de psychiatrie als een groot manco. Is de minister bereid om op korte termijn te investeren in levensbegeleiding en ondersteuning bij zingevingsvraagstukken voor mensen met psychiatrische problematiek? Is hij ook bereid om met MIND in gesprek te gaan over een passende invulling hiervan Lees hier de brief van MIND Ypsilon

WHO maakt fout: burn-out toch niet officieel erkend als ziekte

03-06-2019

Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft een fout gemaakt bij de communicatie over burn-out in de nieuwe catalogus met ziekten, symptomen en oorzaken van letsel, zo meldt de NOS De organisatie meldde op de website dat burn-outs voortaan beschouwd zouden worden als een syndroom, maar is daar van terug gekomen. Burn-out staat ook in de hernieuwde catalogus vermeld als ‘werkfenomeen’.
Wel heeft de WHO de definitie van een burn-out uitgebreid. “Die beschrijving was nog helemaal niet gedetailleerd”, zegt psychiater Christiaan Vinkers van het Amsterdam UMC. “Maar deze uitbreiding heeft niet zo veel invloed op ons begrip en de behandeling van burn-outs. Iedereen weet al dat het voorkomt op de werkvloer.” In de definitie van de WHO staat nu dat een burn-out wordt veroorzaakt door “chronische stress op de werkvloer”. Een burn-out leidt tot gevoelens van vermoeidheid, een negatieve houding ten opzichte van een baan en afname van productiviteit. In 2007 zei ruim 11 procent van de Nederlandse werknemers nog burn-outklachten te hebben. In tien jaar tijd is dat geleidelijk gestegen tot 16 procent. Aan de WHO-lijst zijn wel aandoeningen als dwangmatig seksueel gedrag, gameverslaving en online-gokverslaving toegevoegd. Transgender-zijn is op de nieuwe lijst geen psychische stoornis meer, maar een lichamelijke conditie.

Kwaliteitsstatuut ge-update

21-05-2019

Het hebben van een goedgekeurd kwaliteitsstatuut is vanaf 1 december 2016 een strikte voorwaarde voor het leveren van zorg binnen de Zorgverzekeringswet. Op 21 Mei 2019 is het kwaliteitsstatuut van Therapeuticum Joure helemaal ge-update. Het kwaliteitsstatuut van Therapeuticum vind u op de website onder praktische informatie.

Tekorten jeugdzorg en GGZ: open brief en oproep aan kabinet

08-05-2019

Naast een toename van jongeren in de jeugdzorg, is meer zorg nodig voor mensen met psychische problemen. Dit leidt bij gemeenten, door gebrek aan financiële compensatie door het Rijk, tot forse tekorten. Met alle gevolgen van dien: wachtlijsten, bezuinigingen, uitgesteld onderhoud, enzovoort.
'Als het kabinet niet bereid is om gemeenten voldoende tegemoet te komen, is het de vraag of wij onze inwoners kunnen geven waar zij recht op hebben. In uw belang moeten wij dan serieus overwegen of wij de gedecentraliseerde taken weer bij het Rijk terugleggen. Dat zullen we nooit zomaar doen, we willen onze jeugd niet in de steek laten.' Dat schrijven VNG-voorzitter Jan van Zanen en vice-voorzitter Hubert Bruls in een open brief over jeugdzorg en GGZ aan de inwoners van alle gemeenten. De open brief verscheen vandaag in het Algemeen Dagblad en vrijwel alle regionale dagbladen.

Oproep aan het kabinet

De huidige maatschappelijke opgaven vragen om een gezamenlijke aanpak, van één overheid. De Nederlandse gemeenten roepen het kabinet dan ook op de mensen die wat extra hulp nodig hebben niet in de kou te laten staan. Het kabinet vragen wij de handschoen op te pakken en ons voldoende middelen te geven om onze inwoners te helpen.

Wethouders: er is nu absoluut niet genoeg geld

"We willen graag bouwen aan een gemeente en op deze manier wordt dat onmogelijk gemaakt" aldus wethouder Leon Meijer (Ede). Hij reageert met Sven de Lange (wethouder Rotterdam) op de open brief van gemeenten.

NZa: Financiering geestelijke gezondheidszorg per 2022 op de schop

05-05-2019

De huidige financiering van de geestelijke gezondheidszorg (ggz) is niet toekomstbestendig, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een maandag gepubliceerd advies. Daarom moet er per 2022 een nieuw bekostigingssysteem op basis van zorgprestaties worden ingevoerd.

In het zogenoemde zorgprestatiemodel moet meer transparantie worden ingebouwd. Zo moet de minutenregistratie van directe en indirecte tijd vervangen worden door afgebakende prestaties, zoals consulten. Volgens de NZa geeft het nieuwe model sneller inzicht in zorguitgaven, omdat de prestaties aan een dag in plaats van aan een traject van 365 dagen gekoppeld zijn.
Het zorgprestatiemodel moet gaan gelden voor de generalistische basis-ggz, gespecialiseerde ggz en forensische zorg. Onder meer GGZ Nederland, de Dienst Justitiële Inrichtingen, het Nederlands Instituut van Psychologen en Zorgverzekeraars Nederland hebben zich achter het advies geschaard.

Het wraakprotocol

27-03-2018

Wraakgedachten hebben we allemaal wel eens, het verlangen om wraak te nemen op diegene die ons leed heeft aangedaan. Maar het blijft meestal bij een fantasie. Er zijn mensen bij wie dit gevoel zo sterk is dat ze een dreiging vormen voor zichzelf en voor hun omgeving. Het zijn wandelende tijdbommen.

 Een nieuwe therapie ‘Het Wraakprotocol’ op basis van EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) probeert bij mensen met extreem gewelddadig gedrag hun lust tot wraak uit te schakelen. In de documentaire Het Wraakprotocol volgen we oorlogsveteraan Brian (47) en Marian (62) die het wraakprotocol ondergaan. In verschillende bloedstollende sessies zien we hoe therapeut Herman Veerbeek die de therapie ontwikkelde, hen verleidt terug te keren naar hun meest traumatische momenten, de oorsprong van hun wraakgevoelens. Veerbeek gaat zelfs nog een stapje verder, hij laat hen in gedachten hun meest gewelddadige wraakfantasieën uitvoeren. Veerbeek is verbonden aan psychiatrische polikliniek De Waag.
Klik hier voor de uitzending.
   

KJT wordt Therapeuticum Joure

21-09-2017

Op 10 Oktober is het eindelijk zo ver: Kinder- en Jeugdtherapeuticum gaat verder onder de naam Therapeuticum Joure. Waarom deze naamswijziging? Met deze naamswijziging willen wij benadrukken dat we niet alleen kinderen en jeugd in behandeling nemen, maar mensen van alle leeftijden, van 0 tot 100 jaar. We zijn gespecialiseerd in geestelijke gezondheidszorg voor de totale levensloop. Tegelijk met de naamswijziging, verandert de huisstijl en wordt de nieuwe de nieuwe website gelanceerd.  Voor de verwijzers (veelal huisartsen)  zijn we onder de nieuwe naam zichtbaar op Zorgdomein.